Skip to content
U bent hier: Home Algemeen Geschiedenis
Geschiedenis van roken

Het roken van tabak is al zeer lang een onderdeel van de cultuur, met name voor de oorspronkelijke bewoners van het Amerikaans continent. Rond het jaar 500 n.c. rookten de Maya's er al lustig op los. Christoffel Columbus kwam als eerste Westerling in contact met de tabaksplant, toen hij op 6 november 1492 twee Spanjaarden, Rodrigo de Jerez en Luis de Torres, aan wal op het eiland Guanahana op de Bahama's zette. Rodrigo en Jerez zagen tot hun verbazing dat de bewoners van het eiland opgedroogde en opgrolde kruiden rookten. Jerez vond dit zo'n interssant gezicht, dat hij later, toen hij terug was in zijn geboortestad Ayamonte Spanje, er demonstratief meer op straat rookte. Hij werd hier overigens voor opgepakt wegens vermeende tovenarij. Pas 7 jaar later kon hij zijn onschuld bewijzen en kwam hij weer vrij. Dit kon echter niet voorkomen dat sindsdien deze gewoonte zich over Europa en de rest van de Wereld versprijdde.

De sigaret werd pas veel later populair; tot de 20e eeuw was dat vooral nog de sigaar en de pijp. De industriële revolutie is verantwoordelijk voor de populariteit van de sigaret, doordat deze massaproductie mogelijk maakte, en de tabaksindustrie groeide. Deze opmars duurde zeker tot ongeveer 1975. Het was heel normaal om rond 1945 een minderjarige als een vriendschappelijk gebaar een 'cigaret' te presenteren met de vraag op hij al rookte. Er waren asbakken voorzien in alle vormen van openbaar vervoer, zoals trams, bussen en trijnen. Ook in openbare gebouwen zoals bioscopen waren asbakken aanwezig. Het was heel normaal dat programma's op tv werden gepresenteerd door een rokende verslaggever. Bij de kappers en schoonheidssalons stonden tot in de jaren '80 glaasjes met sigaretten op tafel, leraren stonden rokend voor de klas en bij sommige scholen in het hoger onderwijs rookten de studenten tijdens de colleges. Shagrokende verslaggevers interviewden rokende hoogwaardigheidesbekleders en zelfs Koningin Juliana kwam regelmatig rokend in beeld. Een rookvrije werkplek, op kantoren, bestond nog niet of was een grote uitzondering.

Sir Richard Doll toonde omstreeks 1950 het verband aan tussen roken en longkanker. Er kwam langzaam een tegenbeweging op gang, omdat tijdens de oorlog veel mensen door het roken van in krantenpapier gedraaide shagies longkanker hadden opgelopen. In heel Europa werd het toen verplicht om op de verpakking van rookwaren een waarschuwing te zetten, dat roken de gezondheid schaadt. Deze waarschuwingen werden in de loop der jaren steeds explicieter en indringender. Reclame voor rookwaren werd, stapje voor stapje, verboden. Het werd in de jaren '90 verboden om in een vliegtuig te roken. Enkele jaren later werd roken ook verboden in andere takken van het Nederlandse openbaar vervoer. Weer enkele jaren later, in het begind van de 21e eeuw, werd het in Nederland verboden om tabak te verkopen aaan personen onder de 16 jaar. Elke werknemer kreeg het recht op een rookvrije werkplek en alle openbare gebouwen werden rookvrij. Inmiddels is het in veel andere Europese landen ook wettelijk verboden om te roken in cafés en restaurants. Hiervoor stonden hoge boetes voor zowel de uitbater als de overtreder. Per 1 juli 2008 is er in Nederland een definitief rookverbod in alle uitgaansgelegenheden van kracht. Cafés en restaurants mogen wel een apparte, speciale ruimte inrichten, of buiten een overkapping maken met verwarming etc. voor in de winter, zolang er maar een rookvrije werkplek voor werknemer gewaarborgd blijft.

 

Zoeken

Inloggen




JoomlaWatch Stats 1.2.8b_08-dev by Matej Koval